3 juni 2012

Alec Wilkinson – De IJsballon



Op 11 juli 1897 vertrekken drie Zweden vanop Deneneiland nabij Spitsbergen met een luchtballon richting geografische noordpool. Pas drieëndertig later worden de lichamen van Solomon Andrée, Nils Strindberg en Knut Fraenkel per toeval teruggevonden op het Witte Eiland. Samen met hun dagboeken, zodat de wereld eindelijk te weten komt wat het vermetele trio overkomen is.

Alec Wilkinson vertelt nauwgezet over de voorbereidingen van deze expeditie en schetst een portret van haar leider Solomon Andrée. De geschiedenis leerde hem dat het veel te gevaarlijk was om te proberen met een schip de geografische noordpool te bereiken. Velen lieten al het leven omdat het ijs hun schip verpletterde. Andrée was ervan overtuigd dat de ballonvaart de toekomst was, al waren deze ballonnen einde 19de eeuw nog niet in staat om grote afstanden af te leggen. Maar zelfs al zou de expeditie mislukken, dan had hij toch een bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling van de luchtvaart, zo redeneerde Andrée. Hij was allesbehalve een dromer, maar een rationele ingenieur die vooral geïnteresseerd was in technologische vooruitgang.

Wilkinson heeft het niet enkel over de avonturen van Andrée, hij gaat ook uitgebreid in op enkele andere onthutsende expedities in het nog grotendeels onbekende noordpoolgebied, zoals deze van de Amerikaan Adolphus Greely en de Noor Fridtjof Nansen. Ook leren we meer over de geschiedenis van de ballonvaart. Hoewel Wilkinson zich soms verliest in te veel details – hij trekt enkele bladzijden uit om alle soorten ijs te beschrijven – zorgen al deze verhalen ervoor dat De IJsballon een erg boeiend en zelfs spannend boek is. Hoewel we al van de eerste bladzijde weten hoe het Andrée, Strindberg en Fraenkel is vergaan, houdt Wilkinson er de spanning in door pas op het einde te citeren uit de gevonden dagboeken.

Enig minpunt is dat Alec Wilkinson geen bevlogen verteller is. Hij beschrijft alles nogal afstandelijk zodat we nooit mee zitten te koukleumen in een schip of een luchtballon. Toch is De IJsballon een meer dan geslaagd boek door de opbouw en de tot de verbeelding sprekende expedities zelf.

De IJsballon – oorspronkelijke titel The Ice Balloon  –  verscheen bij uitgeverij Ambo en telt 275 blz. Vertaling: Ruud van de Plassche.

28 mei 2012

Richard Pierce – Dead Men



Dit jaar is het precies honderd jaar geleden dat de vijfkoppige expeditie onder leiding van Robert Falcon Scott het leven liet toen ze van de geografische zuidpool terugkeerde. Op 18 januari 1912 hadden Scott, Wilson, Bowers, Oates en Evans 90 graden zuiderbreedte bereikt, om te ontdekken dat het team van de Noor Roald Amundsen hen op 14 december 1911 voor was geweest. De terugtocht was een ware verschrikking waarbij eerst Edgar Evans en ‘Titus’ Oates stierven en Robert Falcon Scott, Edward Wilson en Henry Bowers enkele dagen in een sneeuwstorm terechtkwamen en van honger en uitputting in hun tent bezweken (meer hierover).

Het zal je niet verwonderen dat er naar aanleiding van deze honderdste verjaardag heel wat boeken zijn verschenen over deze noodlottige expeditie. En zelfs een roman. Dead Men is het debuut van de Brit Richard Pierce.

Birdie Bowers is een nogal vreemd meisje met een vastberaden plan. Ze is genoemd naar Henry Bowers, lid van Scotts expeditie, die door iedereen ‘Birdie’ genoemd werd wegens zijn vogelachtige neus. Birdie (het meisje) wil te weten komen waarom Scott, Wilson en Bowers tien dagen lang in hun tent bleven, terwijl er twintig kilometer verderop een voedseldepot lag. Volgens haar duren sneeuwstormen in Antarctica slechts drie tot vier dagen en geen tien. Wanneer ze Adam Caird ontmoet, beramen ze samen het plan om de lichamen van Scott, Wilson en Bowers onder het Antarctische ijs te gaan zoeken.

Dead Men is een nogal wisselvallig boek. Het verhaal van de romance die open bloeit tussen Birdie en Adam overstijgt niet het niveau van een gemiddelde stationsroman. Interessanter is hun reis naar Antarctica, via Nieuw-Zeeland, al duurt het wel even voordat ze voet aan grond zetten in Antarctica, wat de vaart een beetje uit de roman haalt. Hoewel de expeditie misschien niet echt geloofwaardig overkomt (hoewel, met veel geld – en dat heeft Birdie – kan je veel bereiken), is het toch best wel spannend: gaan ze de lichamen van Scott, Wilson en Bowers terugvinden? Het is Richard Pierce ook gelukt om de mysterieuze sfeer die Antarctica uitademt treffend te verwoorden door een spiritueel element in het verhaal te stoppen.

Maar het meest heb ik genoten van de (geromantiseerde) verhalen die niet vaak verteld worden: de ontdekking van de lichamen door een reddingsteam in november 1912, het relaas van Kathleen Scott die, onwetend van het lot van haar man, naar Nieuw-Zeeland vaart, het schuldgevoel van Apsley Cherry-Garrard... Ook Roald Amundsen wordt niet vergeten.

Richard Pierce heeft zich uitstekend gedocumenteerd en zijn passie voor het zuidpoolgebied is overduidelijk. Voor Antarctica-aficionado’s zoals ik is Dead Men, ondanks het slecht uitgewerkte liefdesverhaaltje, meer dan het lezen waard.

Dead Men verscheen bij uitgeverij Duckworth en telt 284 blz. 

14 mei 2012

Jiří Weil – Mendelssohn op het Dak




“Ik heb een geniaal boek gelezen dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de aanslag op Heydrich. Het is een roman geschreven door een Tsjech, Jiří Weil, met als titel Na střeše je Mendelssohn (Mendelssohn op het Dak).” Aldus Laurent Binet in zijn geweldige HhhH. En kijk, door het succes van HhhH werd deze Mendelssohn op het Dak onlangs voor het eerst in het Nederlands uitgegeven.

Mendelssohn op het Dak verscheen postuum in 1960, een jaar na het overlijden van Jiří Weil. De titel verwijst naar het verhaal waarmee de roman begint. Na een avondje Mozart ziet rijksprotector Reinhard Heydrich tot zijn ontzetting dat er tussen de rij standbeelden van componisten op het dak van de Praagse Opera ook een jood staat: Felix Mendelssohn. Heydrich geeft het bevel dit standbeeld sofort te verwijderen. Helaas weten noch de SS’er die voor de verwijdering instaat noch de Tsjechische arbeiders die het werkje moeten opknappen, welk beeld nu juist dat van Mendelssohn is. Maar de SS’er heeft opeens een lumineus idee. “Wie de grootste neus heeft, moet wel die jood zijn”. En zo wordt bijna het standbeeld verwijderd van… Richard Wagner…

Mendelssohn op het Dak begint met een komische anekdote (gebaseerd op waargebeurde feiten), maar de toon van de roman wordt almaar grimmiger. Via verschillende personages beschrijft Jiří Weil hoe was om te leven tijdens de Duitse bezetting van Praag. Zowel joden als niet-joden moeten willens nillens samenwerken met de Duitsers om zo te proberen hun eigen hachje te redden. We volgen ook twee joodse kinderen die ondergedoken leven, met dank aan families die hun leven in de waagschaal leggen, want de straf voor het helpen van joden is de kogel. Ondergeschikte SS’ers liggen onder de knoet van hun oversten en leven hun woede dan maar uit op de bevolking. Door deze personages krijg je een veelstemmig en overtuigend beeld van de bezetting van Praag. Hoewel er niet echt een plot is, of een doorlopend verhaal, leest het boek tamelijk vlot, vooral ook door de beeldende schrijfstijl van Jiří Weil.

Wie HhhH erg goed vond, moet zeker Mendelssohn op het Dak lezen. Jiří Weil trekt maar tien bladzijden uit voor de aanslag op Heydrich, maar geeft een vollediger beeld van de bezetting van zijn geliefde Praag. En het ene boek leidt naar het andere, want de nieuwe thriller van Philip Kerr, Praag Fataal, speelt zich ook al in deze periode af.

Mendelssohn op het Dak – oorspronkelijke titel: Na střeše je Mendelssohn – verscheen bij uitgeverij Cossee en telt 256 blz. Vertaling: Kees Mercks.

10 mei 2012

Emmanuel Carrère – Limonov




Elke ochtend rond de klok van kwart voor zeven stelt Claude Blondeel op Klara kort maar vol overtuiging zijn held(in) van de dag voor. En als afsluiting van zijn kennisverrijkend praatje wenst hij de luisteraar nog een schone dag toe, waardoor mijn ochtendhumeur terstond verdwijnt. Enkele maanden geleden was de held ene Edward Limonov, iemand waarvan ik nog nooit had gehoord. Claude Blondeel had het boek van Emmanuel Carrère gelezen over deze kleurrijke Russische schrijver en was daar zo vol lof over dat ik Limonov diezelfde dag nog ben gaan kopen.

En inderdaad, de levensloop van Limonov spreekt wel erg tot de verbeelding. Hij had een figuur uit een schelmenroman geweest kunnen zijn, maar hij bestaat dus echt. Carrère vat in het begin van zijn boek de carrière van Limonov even samen: “Hij is straatboefje geweest in Oekraïne, idool van de Sovjet-Russische underground; clochard en daarna huisknecht van een miljardair in Manhattan; trendy schrijver in Parijs; soldaat ergens in de Balkan; en nu, in de verschrikkelijke rotzooi van het postcommunisme, is hij de oude charismatische leider van een partij jonge desperado’s.”

Limonov is zowel een biografie als een reportage en het geheel leest als een boeiende, ja zelfs spannende roman. Carrère is eerlijk: hij heeft bewondering voor Limonov, vooral omdat hij, telkens hij aan de grond zat, er toch steeds maar in slaagde zich uit het moeras te trekken. Maar soms vindt hij hem ook gewoon een schoft. Vooral de tijd die hij tijdens de Balkanoorlog aan de zijde van Radovan Karadžić doorbracht, is een serieuze smet op zijn blazoen. Toch blijft Carrère zoeken naar een verklaring voor het vaak schofterige gedrag van Limonov.

Maar Limonov heeft meer te bieden dan het levensverhaal van de cultschrijver. Het boek geeft ook een beeld van het Rusland vanaf Gorbatsjov (aan wie Limonov een bloedhekel had): van het einde van de Sovjet-Unie, de staatsgreep van 1991, de regeerperiode van Jeltsin tot de machtsgreep van Poetin, de aanslagen in Beslan, de gijzelingsactie in het Dubrovkatheater in Moskou en de moord op Anna Politkovskaja. De interesse voor Rusland heeft Emmanuel Carrère met de papfles binnengekregen: zijn moeder was een gelauwerde historica die als specialist gold als het om Rusland ging.

Dankzij Claude Blondeel heb ik niet alleen kennisgemaakt met Edward Limonov, ik ben vooral onder de indruk van de heldere en meeslepende schrijfstijl van verhalenverteller Emmanuel Carrère. Net als Laurent Binet in HhhH, geeft hij zichzelf ook een rol in zijn boek, en ook weer net als Binet stelt hij zich zeer bescheiden op. Een sympathiek en open man die fel contrasteert met de koppige, eeuwige rebel Limonov die vaak met oogkleppen door het leven gaat. Met andere woorden, de romans van Limonov zal ik niet zo snel gaan lezen, die van Carrère staan al op mijn te-lezen-lijstje. De held van de dag is dus Emmanuel Carrère. Ik wens u nog een schone dag!

Limonov verscheen bij bij Uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen en telt 352 blz. Vertaling: Katelijne De Vuyst en Katrien Vandenberghe.

2 maart 2012

Alan Bradley – A Red Herring Without Mustard


Wallander, Frost, Morse, Beck,… het cliché wilt dat de meeste misdaadromans bevolkt worden door wat oudere politie-inspecteurs, alleenstaand of gescheiden, die vaak nogal als een brompot door het leven gaan. Wil je eens wat anders, maak dan kennis met Flavia de Luce, de elfjarige wijsneus uit de detectiveverhalen van Alan Bradley. A Red Herring Without Mustard is het derde boek uit de reeks die zich in het Engeland van de jaren vijftig afspeelt.

Flavia woont met haar twee zussen, Ophelia (Feely) en Daphne (Daffy) en haar vader in een landhuis, Bishop’s Lacey, op het Engelse platteland. Haar moeder heeft ze nooit gekend. Zij verongelukte toen Flavia nog maar een paar maanden oud was. In A Red Herring Without Mustard maakt Flavia kennis met een zigeunervrouw, die ze echter wat later in haar woonwagen met een hoofdwonde bewusteloos terugvindt. Nog geen dag later hangt het levenloze lichaam van een man aan het standbeeld van Neptunus in de tuin van Bishop’s Lacey. Het politieonderzoek levert niet veel op. De immer nieuwsgierige Flavia gaat dan maar zelf op pad om te achterhalen of er een verband bestaat tussen de twee misdrijven.

De Flavia de Luce-reeks van Alan Bradley is een klassieke whodunit in de stijl van de verhalen van Agatha Christie en Dorothy L. Sayers. En eerlijk gezegd, net als de twee vorige boeken uit de reeks is A Red Herring Without Mustard nooit echt spannend of verrassend. Er bestaan zeker betere romans in het genre. Toch beschouw ik de reeks als meer dan gewoon een fijn tussendoortje. En dat heeft te maken met de Engelse pastorale sfeer die de boeken uitstralen, de milde humor en vooral het hoofdpersonage. Het optimisme van Flavia de Luce werkt erg aanstekelijk. Ze is wat een buitenbeentje. Als ze niet met haar fiets Gladys over de smalle Engelse plattelandswegen peddelt, voert ze allerhande experimenten uit in haar laboratorium. Scheikunde is haar grote passie, met een lichte voorkeur voor gif mengen. Vriendinnetjes heeft ze niet. Ze vertoeft liever in het bijzijn van volwassenen, ook al omdat ze vaak gepest wordt door haar twee zussen. Haar onbevangenheid speelt ze uit om mensen aan de praat te krijgen, wat haar verbazend goed lukt. 

Dat de boeken van de Canadees Alan Bradley zo overtuigend de sfeer van het Engelse platteland uitstralen, is wat verwonderlijk. Toen hij het eerste boek schreef, was hij nog nooit in Engeland geweest. Hij haalde zijn kennis uit de romans van onder meer Agatha Christie en Dorothy L. Sayers die hij vroeger verslond. Later bezocht hij Engeland wel vele malen en zag hij dat hij er niet ver naast zat. Nog meer verwonderlijk is dat Bradley, een zeventigplusser, voor een elfjarig meisje als hoofdpersonage koos en niet voor een leeftijdsgenoot. Het leverde hem alvast heel wat literaire prijzen op.

Eén boek uit de Flavia de Luce-reeks is ondertussen ook in het Nederlands vertaald. Vreemd genoeg het tweede boek, The Weed That Strings the Hangman’s Bag, in het Nederlands kort- en saaiweg Het Stroeve Touw. Meer over de de Flavia de Luce-reeks: www.flaviadeluce.com.

A Red Herring Without Mustard verscheen bij uitgeverij Bantam Books (2011).

22 februari 2012

Laurent Binet – HhhH


‘De beul van Praag’ en ‘het blonde beest’ noemden ze hem. Nazikopstuk Reinhard Heydrich ging niet bepaald zachtzinnig te werk toen hij het door de Duitsers bezette Tsjechië onder de knoet probeerde te houden. Hij was ook een van de architecten van de Endlösung. Voor het verzet werd hij hierdoor het ideale mikpunt voor een aanslag.

HhhH – de titel verwijst naar een andere bijnaam voor Heydrich: Himmlers Hirn Heiβt Heydrich (Himmlers hersens heten Heydrich) – is een bijzonder boek. Je kan er moeilijk een etiket op plakken. Niet alleen vertelt Laurent Binet minutieus over de voorbereidingen, de uitvoering en de gevolgen van de aanslag, die de naam Operatie Anthropoid meekreeg. Het is ook een soort schrijversdagboek. Daardoor volgen we haast ‘live’ mee hoe het boek tot stand is gekomen. Non-fictie dus, maar het verhaal van de aanslag is bijna als een roman geschreven. Voetnoten en een bibliografie hoef je niet te verwachten. Het verhaal bevat dan ook alle elementen voor een klassieke roman: je hebt de ‘goeden’ (de verzetsleden), de ‘slechten’ (de nazi’s) en op het einde ook nog een verrader. Met de smalle Praagse straatjes als setting. Door het verteltalent van Binet blijft HhhH bovendien tot het einde spannend, ook al weten we hoe het afloopt.

Binet is geen zelfzekere schrijver die overkomt alsof hij alle wijsheid in pacht heeft. Neen, doorheen het boek uit hij regelmatig zijn twijfels. Hij geeft eerlijk toe als hij iets niet weet of ergens niet zeker van is (was de Mercedes van Heydrich nu zwart of donkergroen?). Veel bronnenmateriaal over de aanslagplegers Jan Kubiš en Jozef Gabčík bestaat er niet. Maar hoe kan je deze personages in een geschiedkundig werk tot leven brengen zonder hun een stem te geven of emoties toe te dichten? Dat is een dilemma waarmee Laurent Binet worstelt. “In een historische roman is er niets kunstmatiger dan dialogen die op basis van min of meer uit de eerste hand afkomstige getuigenissen in scène zijn gezet onder het mom de dode bladzijden uit het verleden wat leven in te blazen (…) Mijn dialogen zullen verzonnen zijn, als ik ze niet kan baseren op precieze, betrouwbare bronnen die bijna woordelijk exact zijn. In dit laatste geval functioneert de dialoog niet als hypotypose, maar eerder omgekeerd als een soort parabel. Als het niet volkomen exact kan zijn dan maar louter illustratief. En om verwarring te vermijden zullen alle dialogen die ik verzin (en dat zullen er niet veel zijn) worden opgevoerd als toneelscènes. Een druppeltje stilering dus in een oceaan van realiteit.”

HhhH is een erg persoonlijk boek en het enthousiasme waarmee Laurent Binet zijn geliefkoosde onderwerp bejegent werkt erg aanstekelijk. Door de vele korte hoofdstukken en de afwisseling tussen de eigenlijke roman en het relaas van zijn totstandkoming zit er een mooi strak ritme in het boek. Gezien het onderwerp had ik een emotioneel moeilijk te verteren boek verwacht. Dat is het bij momenten, zeker naar het einde toe, onder meer wanneer de Duitsers als wraakactie voor de aanslag het dorp Lidice met de grond gelijkmaken. Maar de fragmenten over het schrijven van het boek zijn vaak wat luchthartiger, zonder dat Binet hiermee het respect voor de vele slachtoffers die in HhhH te betreuren vallen besmeurt.

HhhH is een meer dan geslaagd debuut, waarmee Laurent Binet in 2010 terecht de Prix Goncourt du Premier Roman won.

HhhH verscheen bij uitgeverij Meulenhof (2010) en telt 347 blz. Vertaling: Liesbeth van Nes.

7 maart 2010

Mark Oliver Everett – Things the Grandchildren Should Know


Dat Mark Oliver Everett, beter bekend als E, de bezieler van de groep Eels, heel wat tegenslagen te verwerken kreeg in zijn nog niet zo lange leven, konden we al afleiden uit zijn songteksten. Blijkbaar vond hij dit niet voldoende als uitlaatklep. In Things the Grandchildren Should Know vertelt hij zijn levensverhaal.

Zijn vader stierf aan een hartaanval, zijn zus pleegde zelfmoord en niet lang daarna verloor zijn moeder een korte strijd tegen kanker. Ook vele andere mensen uit zijn omgeving leggen het loodje, zoals collega-zanger Elliott Smith. Een tante van hem was stewardess op het vliegtuig dat op 11 september 2001 te pletter vloog tegen het Pentagon. Toch is Things the Grandchildren Should Know geen deprimerend boek. Naast de diepemotionele momenten vertelt Mark Oliver Everett met veel zelfrelativerende humor over zijn eerste stappen in de muziekwereld. Interessant is bijvoorbeeld zijn ervaring met verschillende platenmaatschappijen. Grappig (en triest tegelijk) is het verhaal over het album Daisies of the Galaxy: George W. Bush gebruikte in zijn kiescampagne die zou leiden tot zijn eerste regeertermijn als president, dit album als voorbeeld voor de verderfelijke invloed van de entertainmentindustrie op kinderen. En dit alleen maar omdat er hier en daar ‘goddamn’ te horen is en er één nummer op staat dat It’s a Motherfucker heet.

De kernboodschap van het boek is dat muziek het enige is wat Mark Oliver Everett in zijn leven heeft. Hij neemt muziek erg serieus, omdat het zijn leven gered heeft. “Maybe I put too much weight on it because I recognize the fact that music saved my live. Where would I be if I hadn’t had it to focus on all this time? Probably off in that parallel universe that my sister went to meet my father in. So I really take it seriously.”

Zonder een superfan te zijn, kan ik de muziek van Eels wel smaken, al was ik de groep wat uit het oog verloren na hun eerste drie cd’s. Dit autobiografisch boek is een hernieuwde kennismaking. Mark Oliver Everett vertelt regelmatig over de ontstaansgeschiedenis van verschillende nummers. Daardoor is het herbeluisteren van de muziek van Eels zoveel interessanter geworden.

Things the Grandchildren Should Know is een eerlijk en vlot geschreven boek dat ik zelfs durf aan te raden aan wie de muziek van Eels helemaal niet kent.

Things the Grandchildren Should Know verscheen bij uitgeverij Abacus (2009) en telt 246 blz.