woensdag 14 oktober 2009

Nick Cave - The Death of Bunny Munro


Openingszin: "'I am damned,' thinks Bunny Munro in a sudden moment of self-awareness reserved for those who are soon to die."
Blz. 100: "His face is laddered by the sunlight that pours through the half-open Venetian blinds and he is forced to squint and his bright, little eyes sink into his face."
Score: ***

Zangers die zich aan een roman wagen, meestal loopt dit slecht af. Maar met Nick Cave mag je zonder meer ervan uitgaan dat hij met iets leesbaar voor de pinnen komt. Vele van zijn songteksten zijn immers kleine, boeiende verhaaltjes op zich. Bovendien is hij niet aan zijn proefstuk toe. Twintig jaar geleden debuteerde King Ink met het epische And the Ass Saw the Angel. Zijn nieuwe roman, The Death of Bunny Munro is andere koek.

Bunny Munro is een aan seks verslaafde handelsreiziger. Na de plotse dood van zijn vrouw Libby moet hij zich in zijn eentje over zijn zoontje ontfermen. Hij vindt er niets beters op dan Bunny Junior mee te nemen wanneer hij de stad doorkruist om aan talloze huisvrouwen zijn cosmeticaspullen te slijten. Terwijl Bunny Junior braaf in de auto wacht en in zijn onafscheidelijke encyclopedie leest, wendt zijn vader al zijn charmes aan om van bil te kunnen gaan met zijn klanten.

The Death of Bunny Munro staat bol van de wrange humor, vulgaire taal en ranzige seksscènes, maar is al bij al toch een aangrijpend en emotioneel boek over een bijzondere vader-zoonrelatie. Bunny is een zielige figuur – zo trapt hij het midden in de begrafenismis van zijn vrouw het af om in het toilet te gaan masturberen – en heeft eigenlijk psychologische hulp nodig. Hij lijkt onaangedaan door de dood van zijn vrouw, maar is dit zijn manier om het drama te verwerken? Ondanks zijn steeds vreemdere gedrag, blijft zijn zoontje naar hem opkijken.

Het haast bijbelse taalgebruik uit And the Ass Saw the Angel laat Nick Cave dit keer achterwege. Zijn proza is direct en to the point, maar Cave schudt toch een aantal mooie omschrijvingen uit zijn mouw. Achteraan het boek verontschuldigt Nick Cave zich bij Kylie Minogue en Avril Lavigne (ik heb moeten googelen om te weten te komen wie dat mens is – ik word oud…). Lees het boek om te weten waarom.

Al bij al had ik toch iets meer van het boek verwacht. Het einde vond ik nogal overdreven en klef en eigenlijk is het verhaal toch maar magertjes.

Van The Death of Bunny Munro – oorspronkelijk bedoeld als een scenario voor een speelfilm – werd ook een audioboek uitgegeven waarin Nick Cave het verhaal voorleest. Al ben ik iets meer geïnteresseerd in de Duitse versie, voorgelezen door niemand minder dan Blixa Bargeld, opperhoofd van de Einstürzende Neubauten en vroeger lid van de begeleidingsgroep van Nick Cave, The Bad Seeds.

The Death of Bunny Munro verscheen bij uitgeverij Canongate (2009) en telt 278 blz. Het boek werd ook in het Nederlands uitgegeven bij uitgeverij Meulenhoff.

woensdag 30 september 2009

David Benioff - Stad der Dieven


Openingszin: "Mijn grootvader, de messenvechter, doodde nog voor zijn achttiende verjaardag twee Duitsers."
Blz. 100: "De volgende ochtend stonden we voor een gebouw twee straten bij de Narvapoort vandaan naar een torenhoge poster van Zjdanov te staren."
Score: ***

Het is 1942 en de winter teistert Leningrad. De Duitsers hebben de stad omsingeld en de inwoners hebben het zwaar. Meer nog dan de veelvuldige bombardementen is het de honger die velen van hen de dood injaagt. Na wat spullen van een dode Duitse soldaat te hebben gepikt, wordt de jonge Lev opgepakt. In de cel ontmoet hij de iets oudere Kolja, die verdacht wordt van desertie. Beide gaan ervan uit dat ze voor het executiepeloton zullen moeten verschijnen, maar de kolonel is hen goedgezind. Ze krijgen vijf dagen om een dozijn eieren te vinden, bestemd voor de bruidstaart van zijn dochter. Geen eieren betekent de kogel. Maar waar zijn er in Leningrad, waar zelfs alle duiven, katten en honden zijn verorberd, nog eieren te vinden? Lev en Kolja hebben geen keuze en beginnen aan hun bizarre queeste.

Stad der Dieven is een bijzonder boek. Het is enerzijds een vrolijke schelmenroman, maar gaat anderzijds de gruwelen van de oorlog niet uit de weg. De Amerikaanse auteur David Benioff schetst een overtuigend beeld van de leefomstandigheden in het belegerde Leningrad. Maar het verhaal wordt toch vooral gedragen door de twee hoofdrolspelers die elkaars tegenpolen zijn. Lev is een verlegen joodse jongen wiens vader, een beroemd schrijver, door de NKVD werd opgepakt. Kolja daarentegen is een zelfverzekerde praatvaar en rokkenjager.

Ondanks het wat ongeloofwaardige uitgangspunt dat je eerder verwacht in een strip van Jommeke, en het gebrek aan diepgang, is Stad der Dieven een boeiende en vlotgeschreven roman die je moeilijk kan wegleggen. Dat Benioff nogal filmisch schrijft, is geen toeval. Hij schreef onder meer het scenario voor films als Troy, The Kite Runner en X-Men Origins: Wolverine. Het zou me dus niets verwonderen mocht Stad der Dieven ook ooit verfilmd worden. De zevende symfonie van Dmitri Shostakovich zou de ideale soundtrack zijn.

Stad der Dieven - oorspronkelijke titel City of Thieves - verscheen bij uitgeverij Signatuur (2009) en telt 319 blz. Vertaling: Sandra van de Ven.

dinsdag 25 augustus 2009

Ross Raisin - Aards Paradijs


Openingszin: "Wandelaars. Mafkezen met roze en groene petten op. En het was niet eens koud."
Blz. 100: "Vijftig cc bromvliegvaccin en hij zou wel anders piepen."
Score: ****

Sinds hij drie jaar geleden van school werd gestuurd, werkt de 19-jarige Sam Marsdyke op de schapenboerderij van zijn ouders in de North York Moors, een uitgestrekt heidegebied in het noorden van het Engelse Yorkshire. Vrienden heeft hij niet. Wanneer hij zijn vader niet helpt op de boerderij, vult hij zijn tijd met wandelen, gesprekken voeren met de schapen en de stuipen op het lijf jagen van de vele wandelaars. Sam heeft geen hoge dunk van de toeristen, maar erger zijn de stadslui die steeds meer boerderijen in de streek opkopen om op de buiten te kunnen wonen. Toch kan Sam het goed vinden met de jonge, rebelse dochter van de nieuwe stadse buren. Een vriendschap die ontaardt in een nachtmerrie.

Lang is het onmogelijk om geen sympathie te koesteren voor Sam Marsdyke, de outcast die door niemand geliefd is, zelfs niet door zijn ouders. Zijn onbevangen en humoristische kijk op de wereld rondom hem werken erg aanstekelijk. Maar naarmate het boek vordert moeten we schoorvoetend toegeven dat er toch iets aan hem scheelt. Ross Raisin, die met Aards Paradijs debuteerde, zette met andere woorden een heel interessant hoofdpersonage op papier.

Hoewel het verhaal wat te rechtlijnig is om van een echte topper te spreken, is Aards Paradijs een knap debuut. Raisins beschrijvingen van de natuurpracht zijn heel overtuigend. De vele humor zorgt ervoor dat het boek niet te zwaar op de hand ligt. Een auteur om in het oog te houden.

Aards Paradijs - oorspronkelijke titel God’s Own Country - verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam (2008) en telt 239 blz. Vertaling: Marion Op den Camp.

donderdag 13 augustus 2009

Herman Koch - Het Diner


Openingszin: "We gingen eten in het restaurant."
Blz. 100: "Ongetwijfeld hadden ze hem nogmaals voor het fotomoment willen bedanken, Serge was inderdaad een en al voorkomendheid geweest, naadloos was hij van een op zijn privacy gestelde eter in zijn rol van landelijk bekend gezicht geschoten: een landelijk bekend gezicht dat altijd zichzelf was gebleven, heel gewoon, een mens zoals jij en ik, iemand die je altijd en overal kon aanschieten omdat hij zichzelf niet op een voetstuk plaatste."
Score: ***

Vier personen zitten samen aan tafel in een duur restaurant. Serge, algemeen beschouwd als de volgende nieuwe minister-president van Nederland, zijn broer Paul en hun beide vrouwen, Babette en Claire. Paul zit er erg tegen zijn zin, want alweer ergert hij zich aan zijn zelfingenomen broer. Maar nog meer vreest hij dat het gesprek over hun kinderen zal gaan. Die hebben iets uitgestoken wat grote gevolgen kan hebben voor hun toekomst. Tussen beide echtparen bestaat er echter geen eensgezindheid over hoe ze hierop moeten reageren.

Herman Koch, ook bekend van de televisieserie Jiskefet, schreef met Het Diner een boeiend boek met een ietwat onbevredigend einde. Vooral het begin is erg vermakelijk. Via Paul stelt Koch er het overdreven chique gedoe van sterrenrestaurants en de kleine porties die je er krijgt aan de kaak. Ook de holle frasen van politicus Serge worden met de grond gelijk gemaakt.

Jammer genoeg is Serge een wat te karikaturaal personage. Veel beter uitgewerkt is de persoon van Paul. In het begin is hij de ‘goede’. Zijn kritiek op het restaurant en zijn broer is heel herkenbaar. Maar naarmate de roman vordert, leren we een andere kant van Paul kennen, een kant die niet zo fraai is. In die zin deed hij me een beetje aan het hoofdpersonage van Sebastian Faulks’ Engleby denken.

Hoewel Het Diner zich hoofdzakelijk in het restaurant afspeelt – weliswaar afgewisseld met een aantal flashbacks – is het boek best wel spannend. Het duurt een tijdje voor we te weten komen wat de zonen van Serge en Paul nu eigenlijk op hun kerfstok hebben. Door de goede plot en de vlotte schrijfstijl is Het Diner dan ook een boek dat je moeilijk kan wegleggen. Minpunt vond ik echter de flashbacks in het midden van het boek die de schwung wat uit het verhaal haalden. En van het einde had ik ook wat meer verwacht. Niettemin is Het Diner een boeiende roman die belangrijke thema’s aanhaalt als zinloos geweld, verantwoordelijkheid en… slechte restaurants.

Het Diner verscheen bij uitgeverij Anthos (2009) en telt 301 blz.

donderdag 30 juli 2009

Jim Kelly – Death Wore White


Openingszin: "The Alfa Romeo ran a lipstick-red smear across a sepia landscape."
Blz. 100: "The driver had failed to negotiate the narrow ramp to ground level and clipped one of the concrete pillars, spilling broken glass from a headlamp on the ground."
Score: **

Een wegomlegging nabij de Engelse kustplaats King’s Lynn noopt acht auto’s een afgelegen, weinig gebruikt weggetje te nemen om op hun bestemming te geraken. Helaas zal hen dit niet lukken, want een omgevallen boom verspert de weg. Tot overmaat van ramp steekt er een sneeuwstorm op, zodat er voor de inzittenden niets anders opzit dan te wachten tot de storm gaat liggen alvorens rechtsomkeert te kunnen maken. Wanneer de politie een kijkje komt nemen, blijkt de bestuurder van de voorste wagen dood achter het stuur te zitten. Hij is vermoord, maar door wie en vooral hoe? Want niemand in de auto’s achter hem heeft iets gezien. Bovendien is er rond de wagen geen enkele voetafdruk in de sneeuw te bespeuren…

De Brit Jim Kelly schreef al enkele misdaadromans, maar met Death Wore White begint hij aan een nieuwe serie met de jonge Peter Shaw en zijn oudere assistent George Valentine in de hoofdrol. Valentine werkte vroeger samen met Peters vader, die onlangs overleed. De laatste zaak waaraan ze werkten, bracht hen in een slecht daglicht. Tot groot ongenoegen van Valentine begint Peter Shaw die oude zaak opnieuw op te rakelen. Dit wordt de rode draad binnen deze reeks. Want tussendoor moeten er moorden opgelost worden. Niet alleen die op de bestuurder van de wagen – een soort gesloten kamer-mysterie – maar er duiken nog meer lijken op.

Jim Kelly heeft een aangename schrijfstijl, die wat literairder is dan die van zijn collega-misdaadschrijvers. Toch kon Death Wore White me niet helemaal overtuigen. Het uitgangspunt is meer dan interessant – de reden waarom ik het boek kocht – maar hoe de zaak uiteindelijk in elkaar zit, is te gekunsteld en weinig geloofwaardig. Erger is nog dat het hoofdpersonage, Peter Shaw, me warm noch koud laat. Hij is niet sympathiek, niet antipathiek, kortom geen persoonlijkheid waarmee je meeleeft. Gelukkig is het karakter van George Valentine wat sterker uitgewerkt.

Death Wore White begint sterk, maar maakt de verwachtingen niet helemaal waar. Niet echt een aanrader dus. Het boek verscheen ook in het Nederlands bij uitgeverij De Fontein onder de titel De dood ging in wit gekleed (dit bekt toch heel wat minder goed dan de Engelse titel).

Death Wore White verscheen bij uitgeverij Penguin Books (2008) en telt 390 blz.

zondag 17 mei 2009

Rudi Rotthier en Redmond O’Hanlon – Over God, Darwin en Natuur


Openingszin: "Hij wacht aan de andere kant van de tralies."
Blz. 100: "Chatwin interviewde niet zozeer."
Score: ****

Wanneer twee globetrotters elkaar ontmoeten, zou je verwachten dat ze elkaar de loef proberen af te steken door het vertellen van de meest spectaculaire anekdotes. Maar Rudi Rotthier en Redmond O’Hanlon zijn elkaars tegenpolen. Rotthier luistert en registreert. O’Hanlon doet waarin hij uitblinkt: zijn publiek entertainen met vermakelijke en interessante verhalen. “Ik kan ternauwernood een koolmees van een roodborstje onderscheiden terwijl Redmond al bij het ontwaken weet welke vogel hem wakker fluit”, laat Rudi Rotthier zich ontvallen. Nog een verschil tussen beide schrijvers.

Rudi Rotthier logeert tien dagen bij de Brit met de bakkebaarden, bekend van boeken als Naar het Hart van Borneo, Tussen Orinoco en Amazone en Congo. O'Hanlon toont de Belg plaatsen in Engeland die in zijn leven belangrijk zijn geweest. Over God, Darwin en Natuur is daarmee eerder een biografie van O'Hanlon, dan een dissertatie over Darwin.

Over God, Darwin en Natuur is een wat ongestructureerd boek, maar dit past eigenlijk wel bij de persoon van O'Hanlon, die voortdurend van de hak op de tak springt en bij het vertellen van een verhaal snel is afgeleid, bijvoorbeeld wanneer hij ergens een vogel ziet. Het boeiendste fragmenten zijn die waarin hij over zijn jeugdjaren vertelt. Zijn vader was dominee. Zijn moeder haatte boeken, ze vond die bedreigend. Op een dag verbrandt ze alle boeken die Redmond bezit. O'Hanlon las On the Origin of Species van Darwin stiekem in bed en verloor daarmee meteen zijn geloof in God. Wanneer Redmond op een internaat zit, zijn leraars die leerlingen betasten en lijfstraffen uitdelen de gewoonste zaak van de wereld.

Over God, Darwin en Natuur is een atypische biografie die een ode is aan het verteltalent van O’Hanlon, maar ook een mooi beeld schetst van hoe het was op te groeien in het Engeland van vijftig jaar geleden. Ik had eerlijk gezegd nog nooit iets van Redmond O’Hanlon gelezen, maar door dit aangename boek ben ik echt wel benieuwd geworden naar zijn werk.

Over God, Darwin en Natuur verscheen bij uitgeverij Atlas (2009) en telt 254 blz.

dinsdag 12 mei 2009

Steven Galloway – De Cellist van Sarajevo


Openingszin: "De granaat suisde gierend omlaag en spleet moeiteloos lucht en hemel."
Blz. 100: "Het is dus zaak om eerst degene te elimineren die waarschijnlijk van plan is op jou te schieten."
Score: ****

Elke namiddag, om vier uur precies, verschijnt hij uit zijn appartement, haalt zijn cello boven en speelt het Adagio van Albinoni. Precies op de plek waar tweeëntwintig mensen werden gedood door een granaat terwijl ze in de rij stonden om brood te kopen. De cellist speelt evenveel dagen als er slachtoffers vielen. De celloklanken steken schril af tegen de normale geluiden die in het belegerde Sarajevo te horen zijn: geweerschoten, granaatinslagen en mortiergeknal.

In De Cellist van Sarajevo volgen we gedurende tweeëntwintig dagen het leven van drie inwoners van de stad. De jonge vrouw Pijl verdedigt als uitstekend sluipschutter de stad tegen de belegeraars. Bakker Kenan trekt beladen met jerrycans naar de andere kant van de stad om drinkwater in te slaan. Dragan, die zijn vrouw en zoon net op tijd naar het buitenland heeft kunnen sturen, gaat de straat op om brood te kopen. Uiteraard leidt Pijl een gevaarlijk leven. Maar ook Kenan en Dragan zijn hun leven niet zeker. Zich op straat begeven betekent hopen dat ze niet in het vizier genomen worden door een van de vele sluipschutters die zich in de bergen rond Sarajevo bevinden.

De Cellist van Sarajevo is een aangrijpende roman die erg overtuigend het leven in het belegerde en verwoeste Sarajevo schetst. Iets alledaags als het oversteken van een kruispunt is vergelijkbaar met het spelen van Russische roulette. Opmerkelijk is dat de auteur, Steven Galloway, een Canadees is, die dus de belegering van Sarajevo niet in levenden lijve heeft meegemaakt. Dit blijkt helemaal niet uit het boek dat leest als een ooggetuigenverslag. Galloway heeft zich duidelijk goed gedocumenteerd. Door het leven in de stad te vertellen vanuit drie verschillende invalshoeken (en generaties), toont hij een geloofwaardig beeld van het alledaagse leven in Sarajevo dat van april 1992 tot februari 1996 het langste beleg van een stad in de moderne geschiedenis te verduren kreeg.

De cellist van Sarajevo heeft trouwens echt bestaan. Galloway liet zich inspireren op Vedran Smajlović, waarvan een foto op de cover van het boek staat. Smajlović was naar verluidt niet echt blij was met zijn optreden in de roman. Niettemin schreef Steven Galloway een knap boek dat nog lang blijft nazinderen.

De Cellist van Sarajevo - oorspronkelijke titel The Cellist of Sarajevo - verscheen bij uitgeverij Podium (2008) en telt 239 blz. Vertaling: Gerda Baardman en Wim Scherpenisse.